Wat had er misschien anders gekund in mijn situatie binnen de hulpverlening

Er is natuurlijk veel te doen omtrent wat er beter zou kunnen binnen de hulpverlening. Dit wat ook goed er mag kritisch worden gekeken, hierdoor kunnen wellicht positieve veranderingen ontstaan. Echter mag, en moet er mijn inzien ook gekeken worden naar wat goed gaat. Want gelukkig maar gaat er ook veel goed en laten we dat vast houden. Hierdoor komen kinderen en volwassen in veiligheid, daar waar ze zo naar verlangen. Veiligheid is iets wat enorm belangrijk is om te creëren bij iemand die in een situatie zit die meestal weinig perspectief biedt. De hulpverlening binnen stappen met je problemen of je nou kind of volwassen bent is al geen makkelijke stap. Dat is meestal een behoorlijke drempel. Wanneer je dan deze drempel over bent is het eerste contact van groot belang. In dat eerste contact komt het woord vertrouwen nog niet kijken. Daarvoor ben je meestal al veel te veel beschadigd. Maar een goed eerste gevoel en een bepaalde klik moeten eigenlijk wel aanwezig zijn.

Hoe en waar is het dan voor mij mis gegaan? Waar denk ik dat het beter of anders had gekund? Hier zal ik nu nader op ingaan. Na vele jaren kan ik nu op een reële manier terug kijken naar mijn eigen proces binnen de hulpverlening. Zoals eerder geschreven, door de aanklacht seksueel misbruik tegen mijn vader kwamen we als gezin al vroeg in de hulpverlening. Hier ging het de eerste jaren over de verkeerde problemen. Daarnaast gebeurde het dat ook mijn moeder op een bepaald moment wel onder de loep werd genomen. Maar wanneer het zover was besloot ze dan vaak om te kiezen voor een andere hulpverlener. We gingen dan naar soms naar dezelfde instantie, maar dan in een andere stad of naar een geheel andere instantie. Daar kon ze dan van voor af aan beginnen en zo op deze wijze werd het jarenlang in stand gehouden. Neem ik dit de hulpverlening kwalijk? Nee want de schijnvertoning begon elke keer opnieuw daar viel nauwelijks door heen te prikken. Wel vindt ik het een kwalijke zaak dat ons dossier niet werd doorgestuurd van de één naar de ander. Hierdoor waren problemen misschien eerder naar boven gekomen. Let wel, mijn op en aanmerkingen zijn natuurlijk suggesties. Want het is allemaal in de term van stel dit of stel dat. Het is niet zo gegaan. Maar ik vermoed dan dat dit wellicht had kunnen bijdragen.

Waar is het naar mijn idee wel mis gegaan? Mijn broer ging op zijn zestiende naar een gastgezin, hier zou hij een maand verblijven. Het was zover gekomen omdat mijn moeder de hulpverlening had kunnen overtuigen dat hij een onhandelbare puber was. Het zou voor de rust in het gezin beter zijn wanneer hij een tijdje daar heen zou gaan. Al snel werd daar duidelijk dat hij niet de onhandelbare puber was, er waren heel andere problemen. Gelukkig voor hem kwamen deze naar boven drijven. Het gezin waar hij kwam maakte zich samen met de hulpverlening hard zodat hij daar kon blijven. Hij moest in deze veilige situatie zijn en blijven. Mijn moeder was het hier niet mee eens, en tot aan bijna een rechtszaak toe werd het een groot drama. Toch kwam het zover, mijn broer kwam niet meer naar huis. Ondanks dat we er destijds nog niet veel over konden praten was mijn broer, maar ook mijn “lotgenoot” weg. Voor mij werd de nachtmerrie erger. Want in plaats van dat mijn moeder haar ellende kon richten op twee, was er maar één over gebleven. Je zou in eerste instantie kunnen zeggen dat de hulpverlening hier goed werk heeft gedaan. Ja, dat is ook zo mijn broer kwam in een veilige situatie terecht wat hard nodig was. Maar hulpverlening, er was nog iemand die weg had gemoeten. De instantie die inzag dat het verhaal niet klopte van “mijn broer de onhandelbare puber” leek niet verder na te denken. Dat was zeker een gemiste kans.

Voor mij volgde er drie nare jaren. De gesprekken bleven bij de hulpverlening nu voor mij en mijn moeder samen. Uiteraard had ik tijdens deze gesprekken geen inspraak, en bepaalde mijn moeder waar het over ging, de verkeerde problemen. Het duurde lang maar toen ik net vijftien was werden de gesprekken zo nu en dan gescheiden gedaan. Ik kwam dan één op één met een hulpverlener. Natuurlijk instrueerde mijn moeder me duidelijk van tevoren wat ik wel en niet mocht zeggen. Maar ze maakte een fout! Ook bij deze instantie deed ze voorkomen op een bepaald moment dat ik nu onhandelbaar was. En wanneer dit ter sprake kwam in mijn gesprekken kon ik dat niet beamen. Wat ik wel zei, vrijwel niks eigenlijk, dat durfde ik niet. Maar blijkbaar voelde deze hulpverlener wel aan dat er andere problemen waren. Er kwam dan ook naar voren dat ik misschien ook beter het huis uit zou kunnen gaan. Alleen ook bij mij zou het tijdelijk zijn. Mijn moeder moest rust hebben, ja niet ik maar mijn moeder. Alleen een pleeggezin dat was geen optie meer. Het werd een internaat. Wel zou ik om het weekend naar huis toe gaan er kwam ook een bezoekregeling. Dit wat ook een aantal weekenden zo is geweest, na weer een weekend bij mijn moeder te hebben doorgebracht vol ellende koos ik ervoor om op het internaat mijn shirt uit te doen. Wat ze toen zagen was de aanleiding om deze regeling te beëindigen. Het uit huis plaatsen was ook in mijn geval een goede beslissing ( over de reden kan je twisten ) Maar naar mijn idee had ik al veel eerder alleen met een hulpverlener moeten praten, en heeft dat te lang geduurd. Wil niet beweren dat ik dan “alles” had verteld maar er was een kans dat die gesprekken hadden bijgedragen aan een eerder einde van de ellende. Ook denk ik achteraf dat ik onder toezicht gesteld had moeten worden. De hulpverlening wist namelijk dat mijn “thuis” situatie onveilig was, en mijn moeder niet in staat was goede en gezonde beslissingen te nemen over mij. Dit vormde later ook een probleem. Op mijn zestiende kwam ik op mezelf te wonen, dit wat ook enigszins een onverantwoorde beslissing was. Want iemand die zo onveilige jeugd heeft gehad laat je volgens mij niet op zo manier los. Dit ging dan ook niet goed. Mijn school verpeste ik, mijn werk etc. ik koos voor de verkeerde zaken, en soms ook de verkeerde mensen. Op een bepaald ogenblik kon ik links of rechts. Links was het criminele pad op gaan of rechts. Rechts was de keuze maken om naar Frankrijk te gaan. Een project om een halfjaar bij mensen in huis te gaan wonen en mee te werken op de boerderij. Nog steeds ben ik blij dat dit aanbod op mijn pad is gekomen. Het was best eng, maar ik heb ervoor gekozen om dit te doen. Alles was geregeld school, kamer en werk opgezegd. Zeventien en een half was ik. En toen twee weken voor mijn vertrek kwam de hulpverlening met de opmerking dat mijn moeder nog voogd was en haar toestemming moest geven. Zo kwam er een gesprek met haar. Het jaar hiervoor was ze al aardig uit beeld, nu ik haar nodig had kon ze laten zien dat ze een machtspositie had. Ze koos er dan ook voor om geen toestemming te geven. Er zat niks anders op dan te wachten tot mijn achttiende. Waar ik al in een overlevingsstand zat werd het toen letterlijk en figuurlijk overleven. Sliep af en toe hier en daar en zo kwam ik een half jaar door.

Na terugkomst in Nederland heb ik vele jaren therapie gehad. Een jaar lang intensief binnen een groep, hier kon ik veel met de geestelijke en lichamelijke mishandeling. Vooral de (h)erkenning met en bij groepsgenoten vond ik fijn. Daarna wisselde zich periodes af van wel en geen gesprekken. Ik zat ook weer midden in de “maatschappij”. In de afgelopen jaren heb ik pas echt wat kunnen doen met het seksueel misbruik. Om hier eerder mee aan de slag te gaan was de schaamte en de angst te groot. Ook heb ik mezelf hier lang schuldig over gevoeld. En heb ik gedacht dat ik daar zelf debet aan was. Nu heb ik nog steeds eens in de twee weken gesprekken met een mannelijke therapeut, die gespecialiseerd is op dit gebied. Erg fijne gesprekken zijn dit. Natuurlijk ben ik ook daar zelf verantwoordelijk voor geweest maar wat mij ook geholpen zou hebben, als ik eerder een man had gehad als hulpverlener. Er zijn nu eenmaal meer vrouwelijke hulpverleners waardoor je als cliënt ook eerder een vrouw treft. Maar zie nu wel in dat voor mij een mannelijke belangrijk is. Tenslotte was bij een volwassen vrouw er veel meer voor nodig om een band mee te krijgen. Logisch natuurlijk gezien mijn situatie. Nu ik bovenstaande schrijf zijn er twee dingen die ik daar nog over wil zeggen. Ik schrijf nu zelf “cliënt” maar eigenlijk zou daar “mens” of “persoon” moeten staan. Client klinkt zo afstandelijk en het is binnen de hulpverlening helaas soms al zo alsof je een nummer bent. Het tweede wat me te binnen schiet zijn de gesprekken met de mannelijke therapeut die ik heb. Een klik heb ik met deze man, en dat is iets wat ook nodig is naar mijn idee. Je zult een hulpverlener moeten gaan vertrouwen. Want de “persoon” is al zo beschadigd en dan moet je je ingewikkelde verhaal zomaar bij iemand neerleggen, dat is best veel wat er gevraagd wordt van je. Naar mijn idee kan je niet zomaar van de ene hulpverlener naar de andere gaan, maar wanneer je de klik echt niet hebt is dat wel beter. Want doorgaan kan dan ook meer schade toebrengen dan goed is. Dergelijke ervaringen heb ik ook, hoe lastig het dan misschien ook wel is voor beide partijen maar stoppen is dan het beste. Naast de klik die ik ervaar is het ook zo dat deze mannelijke hulpverlener me attendeert op positieve punten. Niet alleen maar graaft naar oud zeer. Maar me in laat zien dat positieve ervaringen van dit moment ook helend kunnen zijn. Ik wil daar graag nog eens op terug komen. Ben ervan overtuigd dat binnen de GGZ er meer met positieve ontwikkelingen gedaan moet worden.

Als laatste wat had voor mij nog een toegevoegde waarde kunnen zijn?
Het gevaar van een opvoeding zoals ik die heb gehad is denk ik dat het allemaal “normaal” lijkt. Want we werden zo van de buitenwereld afgehouden, we wisten niet beter. Heb altijd gedacht dat het slaan bijvoorbeeld zo hoorde. Hoe ze tegen me praatte en me uit schold dat zal wel zo horen. Dat ik op die manier bij mijn eigen moeder in bed moest dat zal ook wel zo horen. Ik wist niet beter. Hoe had ik het ook moeten weten.
Ja hoe? Ik denk nu dat kinderen voorlichting horen te krijgen op school. Daar moeten ze te horen krijgen over kindermishandeling. Het is natuurlijk afhankelijk van de leeftijd waarin je dit gaat doen wat je verteld. Maar dat ze wel mee kunnen krijgen wat normaal is en wat niet. Wanneer dit gedaan wordt, en er wordt ook duidelijk gemaakt dat ze als er iets is naar een vertrouwenspersoon kunnen gaan zou dit kunnen helpen. Wel is het van groot belang dat dit ook echt een vertrouwenspersoon is voor het kind. En deze niet direct door naar de ouder(s) gaat. Dit zoals het ook bij mij alleen maar grote gevolgen had. Zelf denk ik dat het goed is wanneer er zulke voorlichting gegeven wordt dat er een professional bij aanwezig is, maar het beste is denk ik dat de voorlichting zelf gegeven wordt door een “ervaringsdeskundige” Heb zelf in het verleden ook voorlichting gegeven en wanneer dit door een “ervaringsdeskundige” wordt gedaan komt het toch meer aan is mijn ervaring. Het is een echt verhaal, en deze persoon kan eventueel ook vragen beantwoorden. Het zou ook een toegevoegde waarde zijn wanneer de leraren van dezelfde personen voorlichting krijgen. Er komen dan natuurlijk ook andere onderwerpen aan bod, en er kan dan dieper op zaken worden ingegaan. Ervaringsdeskundige kunnen ook bij (jong) volwassenen een toegevoegde waarde hebben. Binnen groepen bijvoorbeeld zou het goed zijn als zo iemand bij aanwezig is. Deze kan zorgen voor de (h)erkenning en wellicht dat mensen eerder gaan praten en zich veiliger gaan voelen, dan wanneer ze alleen zijn met een professional.
Ook hierbij weet ik niet of het mij geholpen zou hebben. Toch denk ik dat wanneer ik eerder had geweten van wat wel en niet hoort ik ook eerder had gezien dat wat er bij mij thuis was niet normaal was. Daar begint natuurlijk wel veel mee, het weten wat wel en niet hoort.

Kortom denk ik dat er meer en beter moet worden samengewerkt, als er met één kind wat is bestaat de kans dat er bij de andere(n) ook wat is en zal er zeker meer aandacht moeten zijn voor preventie en voorlichting.

Deze week is de week van kinderen veilig. Ik hoop dat dat eraan bijdraagt dat de kinderen van deze generatie, en de volgende eerder in veiligheid zullen zijn. Laat het een gezamenlijk doel zijn om kindermishandeling te verminderen. Wat tot op de dag van vandaag zijn de cijfers dramatisch hoog. Uitbannen is een droom, en werd die maar werkelijkheid. Maar het met zijn allen aanpakken en het minder maken moet mogelijk zijn.

     

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s