Woorden doen ook pijn

Op mijn blog veel aandacht voor seksueel misbruik, lichamelijke mishandeling en huiselijk geweld. Niet onterecht, want zoals ik ook vaak schrijf is het hard nodig dat er meer openheid komt over deze kwetsbare onderwerpen. Maar nu een blog over een ander kwetsbaar onderwerp, “woorden doen ook pijn” en psychische kindermishandeling.

Kindermishandeling treft ons meer wanneer er afbeeldingen, filmpjes en of verhalen worden gedeeld van blauwe plekken en of heftige beelden van seksueel misbruik. Mij troffen de klappen ook, ze deden me enorm pijn letterlijk en figuurlijk. Er ontstonden wonden die niet zichtbaar waren voor de buitenwereld. De blauwe plekken, de krassen en striemen zaten verstopt onder mijn kleding.

De woorden en de opmerkingen die mijn moeder zei werden ook verstopt. Deze kon ik niet letterlijk verstoppen maar deze gingen in mijn hoofd zitten. En daar werd het waarheid. Waarheid hoe ik ging denken over mijn familie, mijn vader, de hulpverlening, mijn moeder en vooral hoe ik ging denken over mezelf. Ik was in en in slecht maar de mensen om me heen ook, zo beweerde ze. Mijn familie, mijn eigen vader en vrienden. Bijna over iedereen praatte ze slecht. Een enkele vriendin van zichzelf, daar had ze niet zoveel slechts over te zeggen.

Wat valt er nu onder psychische mishandeling?
Het bedreigen/uitschelden van het kind als een systematisch patroon van kleineren/denigreren. Het kind tot zondebok maken en/of het kind is getuige van geweld binnen het gezin. Het belasten van het kind met een te grote verantwoordelijkheid en eisen stellen waaraan het kind niet kan voldoen. Het blootstellen van een kind aan extreem onberekenbaar of ongepast gedrag. Het opsluiten of vastbinden van het kind als middel van straf of controle.

Wat valt er nu onder psychische verwaarlozing?
Het kind onthouden wat het voor zijn/haar geestelijke gezondheid en ontwikkeling nodig heeft. Je kunt hierbij denken aan de volgende voorbeelden. Niet zorgen voor voldoende aandacht, respect, genegenheid, liefde en contact. Ook niet zorgen voor regelmatige schoolgang en of voldoende ruimte voor toenemende autonomie.

Tijdens mijn traumabehandeling was er één van de behandelaren die aangaf tijdens een groepssessie dat het voor kinderen die opgroeien in problematische gezinnen vaak zo is dat ze een dubbele boodschap krijgen. Het ene moment is er een soort van aandacht en liefde en het volgende moment zijn ze nergens goed voor. Dit maakt het voor de kinderen in een dergelijke situatie erg lastig en vooral verwarrend. Dit raakte mij op dat moment behoorlijk. Want voor mij was de boodschap thuis helemaal niet dubbel. Verwarrend was het wel, enkel maakte dit dat er enerzijds vaak sprake was van geweld en anderzijds het seksueel misbruik. Tijdens het misbruik was ze een soort van liefdevol. Naast deze verwarring was ze in haar woorden, taalgebruik, aandacht en genegenheid volstrekt duidelijk. Die boodschap op dat gebied was niet dubbel.

Mijn naam Erik werd met regelmaat wel genoemd. Hoe ze mijn naam uitsprak gaf ook vaak aan wat haar stemming was. Wanneer het rustig was bleef ik wel alert omdat haar stemming ook zo om kon slaan. De alertheid was er gedurende mijn jeugd altijd. Alert op haar stem, woorden en vooral haar blik. Aan de hand van deze uitingen wist ik wat er zou gaan gebeuren. Dat beschermde me als kind enigszins omdat ik me vaak kon voorbereiden. Dit kostte me wel wat jaren maar uiteindelijk is dat ontstaan. Er waren momenten dan kwam ”Erik!” er heel scherp en venijnig uit dan wist ik dat ze om ging slaan en haar stemming boos en agressief ging worden. Als de stemming dan omsloeg heette ik geen Erik meer. Dan begon het schelden met woorden als o.a. loeder, klootzak, hoop stront het meest gebruikte woord was kreng. Schelden was iets wat zo vaak voorkwam dat het voor mij als kind heel normaal werd.

Naast het schelden was er eigenlijk niks wat ik goed kon doen. Wanneer ik bijvoorbeeld een negen had gehaald op school had dat een tien moeten zijn. Eén goal tijdens een wedstrijd hadden er twee moeten zijn. En wat ik ook zei het was niet goed noch tegen haar noch tegen een ander. Mijn moeder instrueerde me altijd wanneer we in aanraking kwamen met een ander. Van tevoren was me verteld tegen wie ik wel mocht praten en wie niet. En tegen degene waar ik wat tegen mocht zeggen wist ik ook wat ik mocht zeggen. Tijdens het samenzijn met anderen hield ik dan haar blik in de gaten of ik het goed deed. Want was dit niet het geval dan volgde er geweld op de momenten dat we weer alleen waren. Dit maakte dat ik niet mezelf kon zijn en me goed kon ontwikkelen.

Naast het “standaard” niks goed kunnen doen waren er vooral in haar boze buien veel opmerkingen die ik aan ging nemen als waarheid. Zo zei ze vaak dat ik het niet waard was om voor te leven, ik niet zo goede moeder verdiende als haar, ik dankbaar moest zijn dat ze me niet doodsloeg, ik in en in slecht was, ik haar het leven kapot maakte, ik door niemand geliefd was, ze een bloedhekel aan me had en ik haar het bloed onder de nagels vandaan haalde. Als ze die laatste opmerking maakte dan wist ik dat het volledig mis was. Dat was vaak het laatste wat ze zei en ophield met hard knijpen en vernederende woorden. Dan kwam er lichamelijk geweld aan te pas.

Het non-verbale geweld ging in mijn hoofd zitten. Ik dacht dat dit allemaal klopte en dat het echt zo was. Geloofde dat ik het niet waard was om ergens voor te leven, dat ik een moeder had die me wel onwijs lief had want ze liet me tenslotte nog wel leven. Het non-verbale geweld en het verbale geweld dat verdiende ik want ja ik was wel zo slecht. Mijn omgeving daar kon ik ook niet bij terecht want ik geloofde dat de mensen in mijn omgeving ook slecht waren. Haar opmerkingen, scheldpartijen en vernederende daden: ik geloofde het allemaal.

Mijn angst voor haar was groot door de wijze waarop ze sprak maar ook wat ze me in eerste jaren liet zien. Ik moest als klein kind toekijken hoe ze mijn broer sloeg en of hem met een kussen op zijn gezicht bijna liet stikken. Ze keek mij dan aan met een verwoestende blik en sprak dan uit dat ik op moest passen wilde ik niet hetzelfde gaan beleven. Binnen korte tijd beleefde ik dezelfde taferelen en onderging ik dezelfde soms “doodsangsten” Haar woorden, haar blik, haar handen en haar daden waren de leidraad van mijn jeugd.

Tijdens mijn traumabehandeling heb ik het lichamelijk geweld en het seksueel misbruik verwerkt. De psychische verwaarlozing speelde altijd ook een rol en werd op deze manier ook verwerkt. Ik leerde beetje bij beetje dat de waarheid in mijn hoofd niet de waarheid was. Dat ik wel degelijk mag leven, mezelf kan en mag verzorgen en geen in en in slecht mens ben. Langzaam kwam er ruimte om mijn overtuigingen los te laten. En al is het nog weleens lastig omdat de opmerkingen er letterlijk en figuurlijk zo ingeslagen zijn, toch kan ik nu over het algemeen zeggen: ik mag er zijn en het is goed.

De momenten waarop ik me besef hoe diep deze pijn zit, is als iemand me oprecht laat merken dat hij of zij me lief heeft. Die dubbele boodschap was er vroeger niet. En wanneer iemand nu wel die kant naar boven haalt en ik dat mag voelen dan raakt me dat ten diepste. Want dat ik er ook vanuit een ander oprecht mag zijn, die boodschap heb ik niet gekend. Dat is behoorlijk wennen.

Ik zeg het vaak. De belangrijkste boodschap voor een kind is: ‘ga met een kind in gesprek’.  Want blauwe plekken kunnen soms zichtbaar worden. Maar psychische mishandeling komt niet zomaar aan de oppervlakte. Geef een kind de ruimte om te spreken. En maak ook deze vorm van mishandeling bespreekbaar. Want net als ik het allemaal geloofde dat doen de kinderen die vandaag de dag te maken hebben met mishandeling ook. Als je in dergelijke omstandigheden opgroeit dan denk je dat het “normaal” is.

kreng

Advertenties

Ik ben er voor je dat is genoeg

“Heb uw naaste lief als uzelf”

Deze tekst komt meerdere keren voor in de Bijbel. En of je nu wel of niet gelovig bent hier is toch echt niks mis mee mijn inziens. Maar waarom lukt het ons dan soms zo slecht?

Mijn berichten, blogs en missie gaan zoals degene die volgen weten, veelal over kwetsbare onderwerpen als kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel misbruik.
Wat heeft “heb uw naaste lief” dan hiermee te maken? Veel vanuit mijn standpunt.

Want het zijn juist deze onderwerpen waar we blijkbaar van wegkijken. Het is natuurlijk ook lastig te geloven dat in ons eigen mooie Nederland er 119.000 kinderen te maken hebben met kindermishandeling dat er wekelijks 1 overlijdt aan de gevolgen van. Dat 1 op de 8 vrouwen en
1 op de 25 mannen ooit is verkracht. En er 200.000 slachtoffers jaarlijks zijn van huiselijk geweld.

Als we bovenstaande cijfers laten doordringen dan komt de werkelijkheid wel heel hard binnen.
En toch, toch willen we het eigenlijk liever niet weten. Want achter al deze cijfers zit een verhaal en dat zijn niet zomaar verhalen. Nee het zijn vaak de meest gruwelijke en vreselijke verhalen. En ja, wanneer we dan toch die cijfers er weer bij gaan betrekken, dan kan het haast niet anders of jij zelf of iemand in je omgeving moet ook op de één of andere manier in aanraking zijn geweest met een dergelijk trauma.

We kennen de verhalen zelfs helaas vanuit de GGZ, dat behandelaren in staat zijn om weg te kijken van dergelijke kwetsbare onderwerpen. Dit met het gevolg dat cliënten binnen de GGZ niet tot nauwelijks toekomen aan hun traumaverwerking. Zelfs binnen die GGZ is het mogelijk om het over van alles en nog wat te hebben maar blijft de kern vaak achterwege. Gelukkig is dit momenteel een gespreksonderwerp en laten we hopen dat de GGZ de moed gaat krijgen om de trauma’s van hun medemens onder de ogen te komen. En er een weg komt die leidt tot herstel.

Dat wat betreft de GGZ, want dan is er nog de samenleving dat zijn jij en ik. We zijn zo goed in staat om het te hebben over de aanslagen, de eiergate, voetbal en zo al wat niet meer. Vaak en vooral onderwerpen waar we niks mee kunnen en vooral niks aan kunnen doen. We kunnen hier urenlang met elkaar over praten. En nu wil ik niet zeggen dat het af en toe heerlijk kan zijn om over dergelijke onderwerpen even domweg te praten.
We moeten ons alleen wel afvragen of dit valt onder “heb uw naaste lief”

Wat valt dan wel onder “heb uw naaste lief” en wat kunnen jij en ik doen in onze eigen directe omgeving? Politici, invloedrijke mensen binnen de GGZ en media kunnen invloed uitoefenen op het daadwerkelijk meer bespreekbaar maken van kwetsbare onderwerpen in de samenleving. Maar jij en ik kunnen daar zeer zeker een steentje in bijdragen. Wanneer wij ons openstellen naar degene in onze eigen omgeving en ruimte bieden om in gesprek te gaan over zulke onderwerpen dan zal blijken dat er inderdaad ook in mijn en jouw omgeving mensen zijn met een dergelijk trauma.

We kunnen wel zeggen nee hoor in mijn omgeving gebeuren dat soort dingen niet. Nou dan vergist u zich, echt het gebeurt! En vaker dichterbij dan je zou willen. Maar willen jij en ik het horen?! Want als we dan gaan horen van die gruwelijkheden wat moeten we dan doen? Het antwoord daarop is simpel. Jij en ik hoeven niet zoveel. We hoeven enkel te zeggen broer, zus, vriend(in), partner en of collega wat onwijs vervelend en ik ben er voor je!
Want die eerste erkenning die jij en ik kunnen geven aan onze naaste dat is de belangrijkste stap om vervolgens de stap te zetten richting een professional.

Dus mijn vraag aan jou en mezelf is? Willen wij ons kwetsbaar opstellen, willen wij onze ogen en oren open houden voor onze naaste en willen we “simpelweg” zeggen tegen hen in onze omgeving  “ik ben er voor je”?

Jij en ik, wij kunnen wel degelijk wat veranderen in onze samenleving. Alleen niet een samenleving in zijn geheel. Wel de mensen om jou en mij heen door er voor elkaar te zijn. Een helpende hand te bieden, een knuffel te geven indien degene dit wil en of een luisterend oor te zijn. Op die wijze kunnen wij hét verschil maken in onze omgeving. Ik, ik heb het mogen meemaken hoe fijn het kan zijn wanneer iemand luisterde en degene zei of liet merken ik ben er voor je. Een geschenk!

En ja, dit vraagt soms dat je jezelf als eerste kwetsbaar durft op te stellen. Want dat biedt de ander de ruimte om ook kwetsbaar te zijn. Ook dat heb ik mogen ervaren. Ik die mezelf kwetsbaar durfde op te stellen en zo de ruimte bood aan de ander. Het is niet enkel iets spannends, engs en of iets onmogelijks het kan iets ontzettend waardevols zijn.
Stel eens de vraag aan je naaste “hoe gaat het ECHT met je” en neem dan ook de tijd om te luisteren!

Op de vraag wil jij er zijn voor een ander en laten blijken ik ben er voor je. Op die vraag antwoord ik volmondig JA! Daar wil ik ten alle tijden mijn best voor doen. Omdat ik heb mogen ervaren dat wegkijken geen optie is. Wat antwoord jij? Ik hoop van harte ook JA!

Hopelijk begrijpt u mijn punt. Kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel misbruik zijn niet enkel een probleem van politici en behandelen. Nee, het is een probleem van de samenleving. Van jou en van mij. Jij en ik kunnen daadwerkelijk een verschil maken. Door te zeggen. “ik ben er voor je”love